Windmolens

[Totaal: 0   Gemiddelde:  0/5]

Deelnemers

kind alleen
kind onder begeleiding

Leeftijden

6 tot 8 jaar
8 tot 12 jaar
12+ jaar

Plaats

binnen

Ontwikkeling

Levensecht
Legenda

Wat is er nodig?

4 rietjes
4 kartonnen (of plastic) bekertjes
plakband
een spelt
een spijker
een potlood (ongebruikt en zonder punt)

Beschrijving

Het KNMI geeft code rood af! Windkracht 10 of meer … maar wat is windkracht 10 nou eigenlijk? Meet zelf de windsnelheid met je zelfgemaakte windmolen!

Stap 1
Pak de 4 rietjes. Maak hier 2 lange rietjes van. Dit kun je doen door 2 rietjes in elkaar te schuiven. (Vouw het uiteinde van 1 rietje een beetje dubbel, dan past deze makkelijk in het andere rietje). Doe dit 2x zodat je 2 lange rietjes hebt.

Stap 2
Knip ongeveer 1/3 van de kartonnen bekertjes af.

Stap 3
Prik 2 gaatjes in de bekertjes. Zorg ervoor dat de gaatjes op een rechte lijn tegenover elkaar zitten (zodat het rietje er recht doorheen kan). Schuif allebei de uiteinden van de lange rietjes door een bekertje. Zorg dat de opening van de bekertjes de andere kant op staan. Schuif alle 4 de bekertjes op het uiteinde van de rietjes.

Stap 4
Maak met de rietjes met bekertjes een X. Plak de twee rietjes in het midden (waar de rietjes elkaar kruisen) aan elkaar vast met plakband.

Stap 5
Prik de speld precies in het midden van het kruis door de rietjes heen. Vraag een volwassene om je te helpen met de speld. Of tik eerst een gaatje in het midden van het kruis met een spijker en een hamer, dan gaat de speld er makkelijker doorheen. Pak het potlood en houd deze aan de onderkant van de rietjes. Prik de speld goed vast in het potlood. Zorg dat de bekertjes allemaal met de open kant naar rechts wijzen (de open kant van het ene bekertje wijst naar de dichte kant van het volgende bekertje).

Stap 6
De windmolen is nu af! Als je in de wind gaat staan, gaat de windmolen draaien! Wanneer je de windsnelheid wilt meten, kun je het beste een van de 4 bekertjes markeren door er met een stift een kruis op te zetten (zodat je het verschil ziet tussen dat bekertje en de andere 3). Ga in de wind staan en tel hoe vaak je windmolen ronddraait in 60 seconden (tel het bekertje dat je hebt gemarkeerd).

 

Wat levert het de kinderen op qua ontwikkeling, ontspanning en plezier?

Heel bijzonder die wind … Je kunt hem niet zien, maar wel voelen. En soms waait het hard en op andere dagen veel minder. Hoe werkt dit en hoe kun je ‘meten’ of het hard waait of juist zacht?

Kinderen leren door deze activiteit dat er technische uitvindingen zijn gedaan om de windkracht te meten. En dat je dit zelf ook eenvoudig kunt doen. Dat is leuk!

Bedenk samen een maatstaf voor harde wind en weinig tot geen wind en ga op verschillende momenten ‘meten’. Bekijk samen het weerbericht. Zo legt je kind verbanden tussen het weer buiten, de techniek en de begrippen die daarbij horen. Zoals ‘windkracht 10’ , ‘windstil’ en ‘code rood’.